Hendrik David Cornielje

1794 - 1882

Johanna Rozeboom

1786 - 1864

Andries van Let

1788 - 1867

Grada Derksen

1787 - 1872

Gerardus Hendrikus Johannes Cornielje

1822 - 1883

Bernardina van Let

1824 - 1894

George Gerardus Theodorus Cornielje


George Gerardus Theodorus Cornielje[1]
Geboren 09-03-1846
Grave, Noord-Brabant, Nederland
Gedoopt Onbekend  
Overleden 18-01-1913
Herwen en Aerdt, Gelderland, Nederland
Begraven Onbekend  

George Gerardus Theodorus (George) Cornielje werd geboren om elf uur 's ochtends op 9 maart 1846 te Grave. Even later werd er door Adriana Munts, de vroedvrouw, aangifte gedaan [2]. Zijn ouders waren Bernardina van Let en Gerardus Hendrikus Johannes Cornielje, ookal werd hij door de laatstgenoemde pas in 1864 erkend [2, 3]. Een groot deel van zijn jeugd bracht hij door bij zijn grootouders, Andries van Let en Grada Derksen, die in Lent woonden, door [4]. Zijn vader was gedurende zijn jeugd uit beeld, van 15 juli 1847 tot 9 februari 1854 bevond hij zich in Nederlands-Indië, als soldaat bij het eerste regiment artillerie [5]. Hoewel zijn moeder in Nederland achterbleef, bleef ze als dienstmeid werken. Pas toen zijn vader terugkeerde, trouwden zijn ouders, in Rotterdam [6]. George is nooit bij zijn ouders ingetrokken. Toen hij zich als achttienjarige moest inschrijven voor de dienstplicht, woonde hij nog steeds in Lent. Hiervoor werd enige tijd later, op 14 maart 1866, wel vrijgesteld, omdat hij op dat moment de enige zoon van zijn ouders was [7]. Na deze vrijstelling bleef nog een paar maanden in Lent wonen, maar op 27 juli 1866 verhuisde hij naar Wamel, waar hij bij zijn oom Hendrikus van Let ging wonen en als tuinman werkte [8] . Op 8 augustus 1866 werd hij dan ook in de gemeente Lent uitgeschreven [4]. Hij woonde in Wamel tot 9 mei 1873, waarna hij voor twee jaar vertrok naar de gemeente Zevenaar woonde alvorens naar de gemeente Herwen en Aerdt te verhuizen [9].

Als George op 4 november 1875 in de gemeente Didam trouwt met Theodora Hendrina Verheij, op dat moment 23 jaar oud, wordt deze laatste verhuizing nogmaals benoemd. Hij woonde op dat moment namelijk nog geen half jaar in Lobith, hij gaf dan ook aan daarvoor in Oud Zevenaar te hebben gewoond [10]. George kreeg uiteindelijk 14 kinderen met Theodora [11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24]. De meeste kinderen werden ook volwassen, slechts een kind stierf jong [25] en een ander werd dood geboren [24].

Voor zover bekend had George drie verschillende inkomstenbronnen. Hij kweekte groenten, had een café en bakte. Waarschijnlijk haalde hij het grootste gedeelte van zijn inkomsten uit zijn tuin. Vrijwel consequent noemt hij zich bij de Burgerlijke Stand tuinier, slechts een maal heeft hij zijn beroep als herbergier opgegeven. Naast de groenten de hij kweekte [26], moeten er ook andere dingen in de tuin hebben gestaan. In 1899 stond er namelijk een exotische Yucca gloriosa pendula in bloei in zijn tuin [27]. De groenten die hij teelde verkocht George op markten in de omgeving, ook over de grens: hij bezocht Emmerich en Elten wekelijks [26].

Zijn tweede inkomstenbron was zijn café 'Rijnzicht', waar hij vanaf 1 mei 1881 tot zijn dood drank verkocht, zo'n 1500 liter per jaar [28]. Het café bestaat nu niet meer, maar lag vroeger aan de Spijkse Rijndijk, vlakbij de steenfabriek, op een paar honderd meter afstand van de Duitse grens. Het café had een centrale rol in de lokale gemeenschap; zo werd er in 1913 een openbare aanbesteding gedaan [29] en werden er in 1914 stekplanten uitgedeeld aan schoolkinderen [30]. Waar en op welke manier George bakker was is niet helemaal duidelijk. In ieder geval was de bakkerij groot genoeg om op een gegeven moment een knecht aan te nemen[31]. Wel is duidelijk dat zijn kinderen waarschijnlijk bij hun vader in de leer zijn geweest tijdens hun jeugd. Ze gingen namelijk dezelfde beroepen uitoefenen als hun vader: ze werden bakker of tuinman [32].

George overleed uiteindelijk op zesenzestigjarige leeftijd op 18 januari 1913 om half 9 's ochtends in de gemeente Herwen en Aerdt. Dezelfde dag nog werd er aangifte gedaan van zijn overlijden door zijn zoon Johannes Hendrikus en schoonzoon Johannes Stephanus Keurentjes, beiden tuinmannen [33]. Na het overlijden van zijn vrouw in 1915 [34] werden de bezittingen onder de kinderen verdeeld. Uit deze bezittingen blijkt de uiteindelijke omvang van de onderneming. Het gezin bezat op dat moment namelijk een café met een schuur, een strook land, een tuin waarin een broeikas stond en tuingerei, een perceel land aan de dijk, grond in Lobith en twee huizen in Lobith. Dit alles tezamen had een waarde van 22.500 gulden [35].

Dit verhaal is geschreven door W.R.J. Vermeulen en voor het laatst bijgewerkt op 11-09-2016.

Bronnen

X‎  04-11-1875
Didam, Gelderland, Nederland
Theodora Hendrina Verheij
*‎  29-01-1852
†‎  27-11-1915
1. Hendrikus Johannes Cornielje 04-09-1876†‎  Onbekend  
2. George Gerardus Theodorus Cornielje 16-09-1877†‎  25-06-1944
3. Wilhelmus Bernardus Cornielje 14-02-1879†‎  02-11-1900
4. Johannes Hendrikus Cornielje 26-06-1880†‎  27-03-1965
5. Johanna Maria Cornielje 16-08-1881†‎  07-05-1963
6. Theodorus Arnoldus Cornielje 12-01-1883†‎  02-03-1883
7. Theodorus Arnoldus Cornielje 20-02-1884†‎  16-09-1965
8. Antonius Hermanus Cornielje 29-05-1885†‎  07-10-1944
9. Bernardus Albertus Cornielje 19-11-1886†‎  06-05-1936
10. Albertus Hendrikus Cornielje 01-02-1888†‎  22-12-1964
11. Franciscus Johannes Cornielje 26-05-1890†‎  22-01-1960
12. Wilhelmina Theodora Cornielje 05-10-1891†‎  11-01-1917
13. Theodora Maria Cornielje 24-08-1893†‎  28-01-1966
14. N.N. Cornielje 04-06-1894†‎  04-06-1894